Alles over de 18 etnische bevolkingsgroepen van Madagascar

reisaanbod Madagascar


De bevolking van Madagascar bestaat uit 18 etnische groepen, waarvan sommige sterk verschillen in hun uiterlijk, hun tradities en hun overtuigingen. Hoewel statistisch gezien 50% van de Madagassiërs Christen is, leven de meeste mensen nog steeds volgens hun oude tradities. Ze hebben hun eigen geloof en volgens de oude legendes. Omdat een bestemming zoveel interessanter wordt naar mate je er meer van af weet, deel ik hier informatie over de bevolking van Madagascar.

Elke etnische groep van Madagascar draagt zijn typische kleding en heeft zijn eigen dialect. Mensen hebben verschillende gelaatstrekken afhankelijk van hun oorspronkelijke afkomst, sommigen hebben hun gezicht beschilderd. De kaart op deze pagina toont de geschatte locatie van de leefgebieden van de 18 verschillende Malagassische etnische groepen. Deze komen niet overeen met de 22 regio’s en 6 provincies van Madagascar.

 


“Merina” betekent “zij die altijd terugkeren naar huis.” Deze bevolkingsgroep komt oorspronkelijk uit Indonesië, wat vandaag de dag nog steeds te zien is aan hun gelaatstrekken. Deze etnische groep, waar de meeste Madagassiërs numeriek toe behoren, leeft in de hooglanden rond Antananarivo, de hoofdstad van Madagascar. Historisch gezien waren de Merina al in de 16e eeuw heersers over Madagascar, totdat het land in 1897 een Franse kolonie werd. Zij waren ook betrokken bij de slavenhandel in de vroege 19e eeuw.

Uit hun lange geschiedenis is de verdeling van de Merina in standen overgebleven: de Andriana (edelen), Hova (burgers) en Andevo (slaven). De Andriana zijn hiërarchisch onderverdeeld in zeven subgroepen. Merina-mannen dragen traditioneel de Malabary, een rode klederdracht. Hun taal is één van de drie officiële talen van Madagascar. Merina-jongens worden traditioneel besneden tijdens een ceremonie. Deze vindt eens in de zeven jaar plaats, zoals ook gebruikelijk is bij veel andere etnische groepen.


“Betsileo” betekent “de Onoverwinnelijke”. Ze zijn specialisten in de terrasbouw van rijst en bekend om het Famadihana, het ritueel van het ‘omdraaien van de doden’. Deze traditie wordt ook in stand gehouden door de Merina, die eveneens in de hooglanden wonen en nauw verbonden zijn met de Betsileo. Naast de bekende begrafenisrituelen staat deze etnische groep bekend om haar Vatolahy, stenen stèles. Vroeger markeerden deze de grenzen van het koninkrijk, tegenwoordig worden ze ook opgericht tijdens feesten en bijzondere gelegenheden. Net als bij de Merina zijn de Betsileo nog steeds verdeeld in standen waarin mensen worden geboren. Deze indeling heeft niet altijd een echte invloed op het sociale leven.

De Betsileo wonen rond Fianarantsoa in het oosten van Madagaskar en waren historisch verdeeld in verschillende kleine koninkrijken, totdat koning Radama I hen verenigde. Velen werden als slaaf verkocht en reisde af naar Europa. Hoewel de meerderheid van de hooglandbewoners officieel christen is, worden veel oude geloofsvormen nog steeds in ere gehouden en vermengd met protestantisme en katholicisme. Naast het geloof in Zanahary – die volgens de overlevering de Sorabe (het Arabisch-Malagassisch schrift) zou hebben geschreven – behielden de Betsileo ook traditionele rollen zoals waarzeggers, astrologen en sjamanen.
Het Betsileo-dialect heeft een typische uitspraak, met veel “shhh” en “gn”-klanken. Een bekende traditie is het Zeboe Rodeo, waarbij jonge mannen hun moed tonen. De Zafimaniry zijn een subgroep van de Betsileo, vooral bekend om hun houtsnijkunst.

reisaanbod Madagascar


“Betsimisaraka” is het Malagassische woord voor “onafscheidelijk”. Deze etnische groep leeft aan de oostkust; de meesten zijn vissers in de Indische Oceaan of op het Canal des Pangalanes, anderen verbouwen vanille en kruidnagel op plantages. Hun grootste stad is de havenstad Toamasina (Tamatave). De Betsimisaraka vormen een van de grootste etnische groepen van Madagaskar en bestaan uit vele kleine subgroepen, vergelijkbaar met de Sakalava.

Wanneer Betsimisaraka sterven, worden hun overgebleven pirogues (kano’s) als kisten gebruikt en onder daken bij het strand geplaatst. Zeboe-offers spelen een belangrijke rol in hun geloof, wat te zien is aan de fisokona’s: houten palen versierd met hoorns en patronen in de dorpen. Deze worden gebruikt om voorouders aan te roepen voor hulp of advies. Het bloed van geofferde zeboes wordt over de fisokona gespreid. Naast de voorouderverering geloven veel Betsimisaraka in Kalanoro, mythische, langharige boswezens met magische krachten. Een ander belangrijk onderdeel van hun tradities is de Basesa, een ritmische dans die bij allerlei gelegenheden wordt uitgevoerd.


De etnische groep van de “Masikoro” staat bekend om hun mythen en legenden. Bijna alle hedendaagse legenden van Madagaskar werden oorspronkelijk verteld door hun voorouders. Tegenwoordig leven de Masikoro van landbouw. Ze worden meestal gerekend tot de zuidelijke Sakalava, waardoor ze feitelijk een “19e etnische groep” vormen. Volgens de legende delen de Masikoro een gemeenschappelijke voorouder met de Bara-stam en komen ze oorspronkelijk uit hetzelfde gebied. Tegenwoordig delen de Masikoro hun leefgebied met de Vezo.


“Antandroy” betekent “zij die in de doornige bossen wonen”. En dat doen ze ook: in het diepe zuiden van Madagaskar, rond Fort Dauphin. De Antandroy zijn nomaden die, in tegenstelling tot de meeste Madagassiërs, niet voornamelijk van rijst leven omdat hun omgeving te droog is voor landbouw. Veel Antandroy leven nog volgens oude tradities – beschermende amuletten zijn bijvoorbeeld nog steeds erg belangrijk. Hun muziek, Beko, is redelijk bekend, omdat het wordt gespeeld bij traditionele dansen met speren, trommels en fluiten. Bij begrafenissen van de Antandroy eten gasten en familie al het vee van de overledene op en steken vervolgens zijn of haar huis in brand. Dit ritueel moet het dorp beschermen tegen spoken van de voorouders. Het graf van de overledene moet daarentegen volgens strikte regels worden gebouwd, wat soms lang kan duren.



De “Mahafaly” zijn de bedenkers van de fady (heilige verboden) in Madagaskar. Ze staan bekend om hun handgesneden houten totems, aloalo, die op graven staan en verhalen vertellen over de overledene, of koningen en belangrijke dorpsleden eren. Op de graven liggen ook zeboehoorns en kleine houtsnijwerken. Veel families raken in de schulden om een prachtig graf voor hun familie te bouwen. De Mahafaly leven in het zuidwesten van Madagaskar.


De “Vezo” komen oorspronkelijk uit Oost-Afrika en leven tegenwoordig als semi-nomadische vissers in het zuiden van Madagaskar. Om precies te zijn, in het gebied tussen Toliara (Tuléar), Intampolo, Morondava en Mahajanga. Met hun smalle, zelfgebouwde mangroven-pirogues wagen ze zich zelfs bij hoge golven op zee om vis en zeevruchten uit de woeste zee te halen voor hun levensonderhoud. Tot op de dag van vandaag jagen ze alleen met netten, speren en vallen; er is zelden geld voor motorboten. De Vezo staan bekend als zo’n trots volk, zo zou een echte Vezo nooit op de grond moeten slapen.

Wanneer er een kind wordt geboren bij de Vezo, wordt de bijbehorende placenta in een fles gestopt en in zee gezonken. Pas dan is het kind zelf een echte Vezo. De besnijdenis van jongens is een oude traditie die, net als bij de Sakalava, elke zeven jaar met een groot feest wordt gevierd. De sjamaan van de Vezo heet Hazomanga; hij is een bemiddelaar tussen de voorouders en de levende families en bekleedt een van de belangrijkste posities in het dorp. Begrafenissen bij de Vezo vinden plaats op aparte begraafplaatsen in het bos, ver weg van de dorpen.



De “Bara” zijn een belangrijk stam van veehouders die rond Ihosy in het zuiden van Madagaskar leven. Ze stammen oorspronkelijk af van Afrikaanse Bantu-volkeren en lijken daar ook op. Hun bekendste traditie is dat jonge mannen voor hun huwelijk een zeboe moeten stelen om hun moed te bewijzen aan de ouders van hun geliefde en als bruidsschat te betalen. Dit leidt nog steeds tot veel conflicten tussen de etnische groepen in het zuiden en soms zelfs tot de dood van de veedief (dahalo). Voordat een huwelijksaanzoek wordt gedaan, ontmoeten jongemannen en -vrouwen elkaar. De mannen dragen een kam in hun haar om aan te geven dat ze nog vrijgezel zijn en geven hun uitverkorene speciale haarolie. De Bara dragen traditioneel bepaalde vlechtkapsels.

De meeste Bara leven polygaam, wat het probleem van de vele veediefstallen vergroot. Net als de Betsileo houden ook de Bara zeboe-rodeos, waarbij jonge mannen zo lang mogelijk proberen te blijven zitten op de rug van woeste zeboes. Wanneer een Bara sterft, wordt hij begraven in natuurlijke grotten. De nabestaanden scheren hun hoofd kaal om hun verdriet te tonen en de overledene te eren. Bij de Bara worden de geesten van de doden als gevaarlijk gezien, waardoor het soms gebeurt dat hele dorpen verhuizen na het overlijden van een gerespecteerd dorpslid, om de levenden te beschermen.

reisaanbod Madagascar


“Antakarana” is een Malagassische uitdrukking voor “zij die in de naaldrotsen wonen”. Deze etnische groep leeft voornamelijk van de jacht. Hun thuisgebied is de noordelijke regio van Ambilobe tot Antsiranana (Diego Suarez). Volgens de geschiedenis vluchtten ze tijdens aanvallen van de Merina naar de grottenstelsels onder de Tsingy’s van Ankarana. Omdat de resten van hun voorouders daar liggen, verbieden de Antakarana met een fady (taboe) de Merina-stam om de grotten van het huidige nationale park te betreden. Elke vijf tot zeven jaar vieren de Antakarana het Tsangatsaina, het Koningsfeest. De toekomstige koning moet dan de Malagassische vlag hijsen, als dat niet lukt, verliest hij zijn recht om te regeren.



De “Antemoro” stammen af van Arabieren en leven tegenwoordig in het zuidoosten van het land, rond Manakara en Farafangana. Volgens de legende was de stichter van deze groep Ramakararo, een sultan uit Mekka. De islamitische geloofstraditie die hij meebracht, speelt nog steeds een belangrijke rol bij de Antemoro. Varkens zijn voor hen onrein, honden houden is verboden, en tot op de dag van vandaag bestaat er een oud kastensysteem met edelen, intellectuelen en geestelijken. Tot de laagste klasse behoren de voormalige slaven.
De Antemoro staan bekend als “het volk van de papier-makers”. Vroeger maakten ze handgeschept Antaimoro-papier van moerbeibast om de Koran en de Sorabe (heilige teksten) op te schrijven. Dit ambacht wordt nog steeds doorgegeven. Ook beroemd waren de sterrenkijkers van de Antemoro ten tijde van de Malagassische koningen. Waarschijnlijk ontstond hieruit de ombiasy-cultuur (dorpsastrologen) die zich over heel Madagaskar verspreidde.


“Antesaka” is een verlegen, stil volk dat aan de oostkust rond Vangaindrano leeft. Deze etnische groep werd rond 1650 gesticht door Andriamandresy, een Sakalava-prins. Hij werd verbannen uit Menabe nadat hij zijn oom uit hebzucht had vermoord en jaloers was op zijn broer, die door het volk als nieuwe koning werd verkozen. Begin 17e eeuw was het Antesaka-koninkrijk een van de grootste van Madagaskar. Van 1820 tot de Franse kolonisatie werd het gebied bezet door de Merina, die gevangen Antesaka-mannen doodden en vrouwen en kinderen tot slaaf maakten.
Tegenwoordig leven de Antesaka van rijst-, koffie- en bananenteelt, en deels van visvangst.

Net als bij de Antambahoaka worden tweelingen na de geboorte gedood of in het bos achtergelaten, zoals fady’s (taboes) deze traditie voorschrijven. Wanneer een Antesaka sterft, wordt het lichaam via een speciaal daarvoor gebouwde oostelijke deur naar buiten gebracht, waar het jarenlang droogt. Na een bepaalde periode wordt de Tranondonokay gevierd, een nachtelijk feest. Pas daarna wordt het uitgedroogde, met olie ingesmeerde lichaam naar een Kibory gebracht, een grafhuis in een bos dat voor iedereen behalve mannen fady (taboe) is.


“Antefasy” betekent “zij die in het zand wonen”. Deze naam beschrijft hun leefgebied goed: ze leven rond Farafangana in het droge, hete zuidoosten van Madagaskar. Ze zijn nauw verwant aan de Antesaka. De stam werd gesticht door Ndretsileo, die uit Afrika kwam. Zijn kleinzoon Ndrembolanony’s zoon Marofela noemde zijn clan Antefasy, met de wens dat zijn volk zo talrijk zou worden als zandkorrels in de woestijn. Tijdens de Merina-bezetting in de 19e eeuw vluchtten de Antefasy naar het eiland Anosinandriamba, maar werden daar alsnog overvallen. De mannen werden gedood, de overlevenden als slaaf meegenomen. Tegenwoordig leven de Antefasy traditioneel in drie stammen. Elke stam heeft een eigen koning. Ze verdienen hun brood met rijstteelt en visvangst in meren en rivieren. Net als de Antesaka begraven ze hun doden in een Kibory (grafhuis).



“Antambahoaka” is een kleine etnische groep in zuidoostelijk Madagaskar. Ze geloven in hun voorouders en koning Raminia Rabevahoaka en houden vast aan hun oude monachie. Volgens de overlevering kwamen zij in de 14e eeuw uit Mekka. Helaas staan ze vooral bekend om hun gruwelijke traditie waarbij pasgeboren tweelingen worden gedood of achtergelaten. Een legende vertelt over een brand honderden jaren geleden in een Antambahoaka-dorp. Een moeder van tweelingen kon met één baby ontsnappen, maar stierf toen ze terugging voor de tweede. Sindsdien worden tweelingen (Kanamba) gezien als brengers van ongeluk of dood – ze zijn fady. Moeders die weigeren hun kinderen af te staan, worden verbannen. Gelukkig zijn er nu weeshuizen in Mananjary die deze niet-wezen opvangen. Een minder heftig ritueel is de besnijdenis van jongens, zoals op veel plekken in Madagaskar. Elke zeven jaar vieren de Antambahoaka het Sambatra-feest in Mananjary.


De “Tsimihety” komen uit het noordwesten van Madagaskar, met als belangrijkste steden Antsohihy, Port Berger en Bealanana. Hun naam betekent “zij die hun haar niet laten knippen”. Dit verwijst naar een traditie die nog steeds leeft: na het overlijden van een geliefde laten Tsimihety jarenlang hun haar groeien als herinnering. Oorspronkelijk was het lange haar een symbool van verzet tegen koning Radama I, die de Merina-gebruiken aan de Tsimihety wilde opleggen. De Tsimihety leven voornamelijk van de teelt van tabak, katoen, fruit en andere landbouwproducten. Traditioneel is de oudste oom van moederszijde het hoofd van de familie.


De “Tanala” (wat “bosbewoners” betekent) leven ten zuidoosten van Fianarantsoa en waren oorspronkelijk regenwoudbewoners. Zij zijn de bewaarders van de traditionele plantenkennis van Madagascar en staan bekend om hun principe om alleen te nemen wat ze nodig hebben. Door de komst van nationale parken, beschermde gebieden en de praktijk van slash-and-burn landbouw wordt het voor de Tanala echter steeds moeilijker om hun oude tradities in stand te houden.


Het volk van de “Bezanozano” staat vooral bekend om hun weinig roemruchte verleden als slavenhandelaren en slaven (zelfs al in de 11e eeuw). Tegenwoordig verdienen ze hun brood voornamelijk met de productie van houtskool. De Bezanozano zouden een van de eerste etnische groepen van Madagaskar zijn geweest. Hun naam – “zij met de vele kleine vlechten” – verwijst naar hun typische kapsels. Ze leven in de omgeving van Moramanga.



De “Sihanaka” bewonen het vruchtbare gebied rond Ambatondrazaka en het Alaotrameer, ten noorden van de hoofdstad Antananarivo. Zij verbouwen rijst (de streek wordt ook wel de rijstschuur van Madagascar genoemd) en beheren viskwekerijen met vooral tilapia’s als consumptievis. Een bekend gebruik is de Ambalavelona, een ritueel waarbij een man het hart van zijn geliefde zou kunnen winnen door magie. Ook hebben ze een heilig dorp, Andrebabe, waarvan de inwoners volgens de overlevering hun hemden achterstevoren dragen. Deze en vele andere oude geloven en legendes hebben een sterke invloed op de Sihanaka-cultuur.


De “Antanosy” leven in de Anosy-regio in het zuidoosten van Madagaskar. Sommigen wonen ook nabij Bezaha, ten westen van de rivier Onilahy, waar hun voorouders naartoe vluchtten na de verovering van Antanosy door de Merina in de 19e eeuw. Tegenwoordig vormen ze een van de kleinste etnische groepen van Madagaskar en leven ze van rijst, cassave, fruit en andere gewassen. De eerste sporen van hun aanwezigheid op het eiland dateren uit de 9e eeuw. Sindsdien kende de Anosy een bewogen geschiedenis van oorlogen, bezettingen, opstanden en wisselende heersers. Stenen monumenten die herinneren aan de voorouders en zeboes als bruidsschat, zijn nog steeds levende tradities. De meeste Antanosy-mannen hebben meerdere vrouwen.

reisaanbod Madagascar